“een stem uit de schaduw”
Dagelijkse schrijfopdracht
Hoe voel je je op dit moment?
Hoe ik me op dit ogenblik voel
Vandaag voel ik me diep ontgoocheld in het leven. Niet zomaar teleurgesteld, maar tot in het diepst van mijn wezen geraakt. Het is alsof de fundamenten waarop ik mijn bestaan heb gebouwd, langzaam zijn afgebrokkeld door misverstanden, leugens en het schrijnende onvermogen van mensen om écht te luisteren. Wat ooit vanzelfsprekend was—vertrouwen, verbondenheid, een thuis—is vervangen door afstand, wantrouwen en stilte.
Toelichting bij dit overzicht
Om mijn huidige gemoedstoestand zo helder mogelijk weer te geven, heb ik hieronder samenvattingen opgenomen van berichten die ik eerder heb gepubliceerd. Deze fragmenten zijn bewust gekozen omdat ze de kern van mijn ervaringen en gevoelens verwoorden zoals ik ze op dat moment beleefde.
Omdat ik sommige passages letterlijk heb overgenomen uit eerdere berichten, kan het lijken alsof bepaalde stukken dubbel voorkomen. Dat is geen slordigheid, maar een bewuste keuze: sommige woorden dragen zoveel gewicht dat ze herhaling verdienen. Ze vormen de rode draad doorheen mijn verhaal.
Voor wie graag dieper wil lezen of de volledige context wil begrijpen, heb ik bij elke titel een link toegevoegd naar het oorspronkelijke bericht. Zo kunt u, als u dat wenst, mijn volledige getuigenissen nalezen in hun oorspronkelijke vorm.
“een stem uit de schaduw” Het verlies van mijn gezin

De foto hierboven toont niet mijn eigen gezin. Ik heb bewust gekozen om geen persoonlijke gezinsfoto te plaatsen, omdat dat me op dit moment te veel pijn zou doen. De herinneringen die daaraan verbonden zijn, zijn te beladen—niet alleen met gemis, maar ook met verdriet, teleurstelling en een diep gevoel van vervreemding.
Een beeld zegt soms meer dan woorden, maar in mijn geval zijn het juist de woorden die ik nog wél durf te delen. Ze zijn mijn manier om te spreken over wat was, wat is, en wat nooit meer zal zijn.
In eerdere berichten heb ik al gedeeld
hoe roddels en onwaarheden, verspreid en geloofd door mijn eerste vrouw en kinderen, ertoe hebben geleid dat ik in bittere armoede en eenzaamheid ben terechtgekomen. Het doet pijn om te beseffen dat mensen die ooit het dichtst bij me stonden, zich hebben laten meeslepen door verhalen die niet kloppen. Wat ooit een thuis was, werd een plek van verwijdering. De muren die ooit bescherming boden, voelden plots als barrières. De pijn van dat verlies is niet alleen materieel—het gaat niet om spullen of geld—maar vooral menselijk. Het is het verlies van intimiteit, van gedeelde herinneringen, van het gevoel dat je ergens thuishoort.
Het verlies van mijn gezin is niet iets dat op één moment plaatsvond. Het was een langzaam proces van vervreemding, van kleine barstjes die uitgroeiden tot onoverbrugbare kloven. In het begin waren er nog gesprekken, pogingen tot begrip, momenten van hoop. Maar gaandeweg werd duidelijk dat de roddels en onwaarheden die mijn eerste vrouw en kinderen geloofden, sterker waren dan de waarheid die ik probeerde te delen.
Wat het extra pijnlijk maakt,
is dat deze leugens niet zomaar uit de lucht kwamen vallen. Ze werden gevoed, herhaald, en uiteindelijk als waarheid aangenomen door mensen die mij ooit het beste kenden. Mensen met wie ik herinneringen heb opgebouwd, verjaardagen heb gevierd, verdriet heb gedeeld. De ontkenning van mijn kant van het verhaal voelde als een verraad. Niet alleen aan mij als persoon, maar aan alles wat we samen hadden opgebouwd.
Mijn thuis veranderde in een plek van spanning. De warmte van gedeelde maaltijden, van spontane gesprekken, van samen lachen—het verdween. In plaats daarvan kwamen er blikken vol wantrouwen, stiltes die sneden als messen, en een gevoel van onveiligheid in mijn eigen huis. Ik werd een vreemdeling in mijn eigen leven.
Toen het uiteindelijk tot een breuk kwam,
was het alsof een deel van mezelf werd losgerukt. Niet alleen verloor ik mijn gezin, ik verloor ook mijn rol als vader, als partner, als mens in relatie tot anderen. De leegte die achterbleef was niet alleen fysiek—een lege stoel aan tafel, een stil huis—maar vooral emotioneel. Het was het besef dat ik niet meer werd gezien, niet meer werd gehoord, niet meer werd geloofd.
Wat het nog zwaarder maakt, is dat dit verlies niet erkend wordt door de buitenwereld. Er is geen rouwkaart, geen ceremonie, geen troostende woorden van vrienden. Want officieel is er niets gestorven. Maar voor mij is het een rouwproces dat diep gaat. Een verlies dat ik elke dag opnieuw voel, in de kleine dingen: een foto die ik niet meer durf te bekijken, een verjaardag die ik niet meer vier, een naam die ik niet meer hardop uitspreek.
Toch probeer ik, ondanks alles, niet te verbitteren.
Ik probeer te begrijpen hoe het zover kon komen. Ik zoek naar de menselijke kwetsbaarheid achter de keuzes van anderen. Maar ik blijf ook trouw aan mijn eigen waarheid. Want die is het enige wat mij nog houvast biedt.
Het verlies van mijn gezin heeft me veranderd. Het heeft me doen wankelen, maar ook doen nadenken. Over wie ik ben, wat ik verdien, en wat ik nodig heb om verder te gaan. Misschien is dat wel het begin van iets nieuws. Niet als vervanging, maar als erkenning van wat geweest is, en als hoop op wat nog kan komen.
“een stem uit de schaduw” Codependentie en zelfopoffering

Daarnaast heb ik geschreven over mijn ervaringen met codependentie—een patroon waarin ik mezelf jarenlang heb weggecijferd in dienst van anderen. Ik gaf alles: mijn tijd, mijn energie, mijn emotionele beschikbaarheid. Niet uit zwakte, maar uit een diepgeworteld verlangen naar erkenning, naar verbondenheid, naar rust. Ik dacht: als ik maar genoeg geef, zal men mij zien. Zal men mij waarderen. Zal er vrede zijn.
Maar die vrede kwam niet. In plaats daarvan verloor ik mezelf. Mijn grenzen vervaagden, mijn stem werd zachter, mijn behoeften verdwenen naar de achtergrond. Ik werd een schaduw van mezelf, levend voor de goedkeuring van anderen.
“een stem uit de schaduw” Over het verraad van de instellingen die moesten beschermen

In een eerder bericht heb ik beschreven hoe ik zelf het slachtoffer ben geworden van een schrijnende vorm van institutionele codependentie. Overheidsdiensten, waarvan je zou mogen verwachten dat ze er zijn om burgers te ondersteunen en recht te doen, kwamen niet samen om mij te helpen. Integendeel: ze sloten de rangen, niet om fouten recht te zetten, maar om ze te verdoezelen. Fouten die ze maakten tegenover mij, en nog schrijnender: tegenover mijn tweede vrouw.
Wat begon als hoop op hulp, eindigde in een web van bureaucratische ontkenning, misleiding en collectieve stilzwijgen. In plaats van transparantie en herstel, kreeg ik te maken met afschuiven van verantwoordelijkheid, met dossiers die “zoek” raakten, met gesprekken die nergens toe leidden. En terwijl ik vocht voor erkenning, gleed mijn vrouw steeds verder weg in wanhoop.
De druk, het onbegrip, de onrechtvaardigheid—het vrat aan haar.
Ze voelde zich niet gehoord, niet gezien, niet beschermd. Uiteindelijk werd ze tot zelfdoding gedreven. Haar dood was geen tragisch toeval, maar het gevolg van een systeem dat faalde. Een systeem dat haar liet vallen, en dat daarna alles in het werk stelde om zijn eigen fouten te maskeren.
Ik heb geprobeerd om dit aan te kaarten. Ik heb geschreven, gesproken, aangeklopt. Maar telkens weer werd ik geconfronteerd met muren van onverschilligheid. De pijn van haar verlies werd vergroot door het besef dat niemand verantwoordelijkheid wilde nemen. Dat haar leven, haar strijd, haar dood werd weggeschreven als een statistiek, een ongemakkelijke voetnoot in een dossier dat niemand echt wilde lezen.
Wat blijft er dan over?
Een man die rouwt. Die vecht tegen vergetelheid. Die weigert te zwijgen. Want ik wil dat haar naam blijft klinken. Dat haar verhaal wordt gehoord. Dat de fouten die haar het leven kostten, niet worden weggemoffeld in de archieven van gemakzucht.
Ik schrijf dit niet uit wrok, maar uit rechtvaardigheidsgevoel. Uit liefde. Uit de diepe overtuiging dat mensen méér verdienen dan dit. Dat instellingen moeten dienen, niet vernietigen. En dat we pas echt menselijk zijn wanneer we durven kijken naar het leed dat we veroorzaken—en het erkennen.
Laat dit dan mijn getuigenis zijn. Mijn aanklacht. Mijn eerbetoon. Aan haar. Aan iedereen die ooit verloren ging in het labyrint van onverschilligheid.
“een stem uit de schaduw” Over de pijn van verraad en het zwijgen van de instanties
Wat ik doe tegen het onrecht dat mij werd aangedaan in het woonzorgcentrum

Elke dag wandel ik door mijn geliefde Stad Tienen. Ik ben hier een bekend gezicht, en het gebeurt regelmatig dat mensen me aanspreken met de vraag: “Is het waar dat gij uw ontslag hebt gegeven als vrijwilliger? En waarom?” Ik heb het recht om hen de waarheid te vertellen. Niet uit wrok, maar uit rechtvaardigheid.
Ik vertel hoe ik op het vrijwilligersfeest bewust werd uitgesloten.
“Ik vertel hoe ik op het vrijwilligersfeest op pijnlijke wijze bewust werd uitgesloten—niet per ongeluk, niet uit vergetelheid, maar doelbewust. Terwijl anderen samen vierden, werd mijn aanwezigheid genegeerd, mijn bijdrage miskend, en mijn menselijkheid ontkend. Het was alsof ik niet bestond, alsof alles wat ik had gegeven geen enkele waarde meer had. Die avond werd niet alleen mijn inzet uitgewist, maar ook een stukje van mijn vertrouwen in de gemeenschap.”
Hoe een goed draaiend project met muziek en dans—een initiatief
waar bewoners telkens naar uitkeken—door sabotage moedwillig werd vernietigd. Hoe mijn inzet, mijn creativiteit en mijn betrokkenheid systematisch werden genegeerd, ondermijnd en uiteindelijk uitgewist.
Wat ooit een bron van vreugde was voor de bewoners—een plek van verbinding, muziek, dans en menselijke warmte—werd door sabotage moedwillig vernietigd. Niet door toeval, niet door misverstanden, maar door een doelgerichte strategie van uitsluiting. Mijn inzet, mijn creativiteit en mijn betrokkenheid werden niet alleen genegeerd, maar systematisch ondergraven. Elk initiatief dat ik op poten zette, werd stilletjes gesaboteerd. Elk idee dat ik aandroeg, werd afgedaan als irrelevant. En elke poging tot dialoog werd beantwoord met stilzwijgen of afwijzing.
Het was alsof ik langzaam werd uitgewist. Niet met één klap, maar met duizend kleine steken. Een blik die me negeerde. Een vergadering waar ik niet meer voor werd uitgenodigd. Een compliment dat nooit kwam. Een project dat plots werd overgenomen door iemand anders, zonder erkenning van mijn bijdrage. Het was een sluipende vernietiging van alles wat ik had opgebouwd.
En terwijl ik vocht om mijn waardigheid te behouden, werd ik afgeschilderd als lastig, als overgevoelig, als iemand die “het niet los kon laten.” Maar hoe laat je los wat je met hart en ziel hebt opgebouwd? Hoe zwijg je over onrecht dat niet alleen jou raakt, maar ook de mensen voor wie je het deed?
Wat mij het meest heeft geraakt, is niet de sabotage zelf, maar het collectieve zwijgen eromheen. De leidinggevenden die wegkeken. De collega’s die zwegen. De bewoners die vroegen waar ik bleef, maar nooit een antwoord kregen. Het was alsof ik niet alleen werd uitgesloten, maar ook uit het geheugen werd gewist.
Toch blijf ik spreken. Want mijn stem is het enige wat ze mij niet hebben kunnen afnemen. En zolang ik nog schrijf, besta ik.
Maar dat was slechts het topje van de ijsberg.
Er waren pesterijen, subtiele vernederingen, het negeren van mijn aanwezigheid, het verdraaien van mijn intenties. En telkens wanneer ik probeerde het aan te kaarten, werd ik niet gehoord. Integendeel: men keerde mij de rug toe.
Door openlijk te spreken over wat er is gebeurd, geef ik niet alleen mijn verhaal een stem, maar ook dat van anderen die in stilte lijden. Want het onrecht dat mij werd aangedaan, is geen geïsoleerd geval. Het is een symptoom van een systeem dat liever wegkijkt dan ingrijpt.
Ik geloof dat waarheid uiteindelijk zijn weg vindt.
De pesters zullen hun reputatie niet behouden, want leugens hebben korte benen. Het onrecht dat zij hebben veroorzaakt, zal zich uiteindelijk tegen henzelf keren. Niet omdat ik wraak zoek, maar omdat ik blijf getuigen. Omdat ik blijf wandelen, blijf spreken, blijf schrijven.
Mijn woorden zijn mijn verzet. Mijn aanwezigheid in de stad is mijn herinnering aan wat er is gebeurd. En mijn vastberadenheid is mijn antwoord op hen die dachten mij het zwijgen op te leggen.

In een vorig bericht heb ik al beschreven hoe ik zelf het slachtoffer ben geworden van een schrijnende vorm van codependentie—niet in een persoonlijke relatie, maar met overheidsdiensten die geacht worden burgers te beschermen. In plaats van mij te helpen, kwamen deze instanties samen in een web van stilzwijgen, misleiding en bureaucratische zelfbescherming. Niet om fouten recht te zetten, maar om ze te verdoezelen. Niet om recht te doen aan mijn verhaal, maar om hun eigen blazoen te vrijwaren.
Wat ik heb meegemaakt,
gaat verder dan persoonlijke teleurstelling. Het is een systemisch falen. Een falen dat niet alleen mij heeft geraakt, maar ook mijn tweede vrouw, die door de opeenstapeling van vernederingen, onrecht en emotionele druk uiteindelijk tot zelfdoding werd gedreven. Haar dood was geen tragisch toeval, maar het gevolg van een kettingreactie van institutionele blindheid en morele afwezigheid.
Ik heb geprobeerd om gehoord te worden.
Ik heb brieven geschreven, gesprekken gevoerd, dossiers samengesteld. Maar telkens weer botste ik op muren van onverschilligheid, op ambtenaren die elkaar de hand boven het hoofd hielden, op systemen die eerder beschermen dan herstellen. En zo werd ik niet alleen slachtoffer van het oorspronkelijke onrecht, maar ook van het zwijgen dat erop volgde.
De pijn van dit alles is niet alleen dat ik ben genegeerd, maar dat mijn vrouw is vergeten. Haar leven, haar strijd, haar wanhoop—het werd weggewuifd als een voetnoot in een dossier dat niemand echt wilde lezen. Maar ik lees het elke dag. In mijn herinneringen. In mijn verdriet. In de leegte die ze achterliet.
Daarom blijf ik schrijven.
Niet omdat ik denk dat woorden het verleden kunnen veranderen, maar omdat ze het heden kunnen verlichten. Omdat ze kunnen getuigen. Omdat ze kunnen aanklagen. En vooral: omdat ze kunnen verbinden met anderen die zich ook verloren voelen in een wereld die soms liever wegkijkt dan helpt.
Als je dit leest en je herkent iets van jezelf in mijn verhaal,
weet dan: je bent niet alleen. En als je werkt binnen een systeem dat mensen moet helpen, vraag jezelf dan af: wie ben ik aan het beschermen? De mens, of het systeem?
Mijn hoop is dat mijn woorden ooit zullen leiden tot erkenning. Niet voor mij alleen, maar voor iedereen die in stilte lijdt onder het gewicht van onrecht.
“een stem uit de schaduw” Vrijwilligerswerk: van roeping tot ontgoocheling

In een periode waarin mijn leven op losse schroeven stond,
werd mijn vrijwilligerswerk een reddingsboei. Het gaf structuur aan mijn dagen, betekenis aan mijn bestaan, en bovenal: het gaf me het gevoel dat ik nog iets kon betekenen voor anderen. Het was meer dan een bezigheid—het was een roeping. Een manier om mijn waarden in de praktijk te brengen: zorgzaamheid, betrokkenheid, solidariteit.
Gedurende meer dan acht jaar
heb ik me met hart en ziel ingezet. Ik was er altijd, ook als het moeilijk werd. Ik nam taken op me die anderen liever lieten liggen, ik luisterde naar verhalen die niemand anders wilde horen, ik gaf aandacht aan mensen die vaak over het hoofd werden gezien. Niet voor applaus, niet voor erkenning, maar omdat ik geloofde in de kracht van gemeenschap. In het idee dat ieder mens telt, dat elke kleine daad van zorg een verschil kan maken.
Maar langzaam begon er iets te verschuiven. Wat ooit een veilige plek was, werd een terrein van spanningen en subtiele uitsluiting. Ik merkte dat bepaalde collega’s mij begonnen te mijden, dat er fluistercampagnes ontstonden, dat mijn aanwezigheid niet langer werd gewaardeerd. De pesterijen waren niet altijd openlijk, maar ze waren er wel—in blikken, in opmerkingen, in het systematisch negeren van mijn bijdragen.
Wat het nog schrijnender maakte,
was de houding van de leidinggevenden. In plaats van in te grijpen, keken ze weg. Ze minimaliseerden wat er gebeurde, deden alsof het mijn verbeelding was, of erger nog: ze gaven impliciet steun aan de pesters door niets te doen. Mijn inzet werd niet alleen genegeerd, maar ondergraven. De boodschap was duidelijk: jij hoort hier niet meer thuis.
Uiteindelijk werd ik overgeplaatst naar een andere afdeling. Een beslissing die werd voorgesteld als “praktisch”, maar die in werkelijkheid voelde als een veroordeling. Alsof ik het probleem was. Alsof mijn aanwezigheid een last was geworden. De nieuwe afdeling bood geen ruimte voor de taken waarin ik uitblonk, geen erkenning voor mijn ervaring, geen respect voor mijn verleden.
Na verloop van tijd leidde dit alles tot mijn ontslag. Een klap die ik nog steeds voel. Niet alleen omdat ik mijn rol verloor, maar omdat het voelde alsof mijn menselijkheid werd ontkend. Alsof alles wat ik had gegeven, niets waard was. Alsof ik werd uitgewist.
Wat blijft er over na zo’n ervaring?
Een diepe wonde. Een gevoel van onrecht. Maar ook een vastberadenheid om mijn verhaal te blijven vertellen. Want ik weiger te zwijgen. Ik weiger te verdwijnen in de schaduw van onverschilligheid. Mijn woorden zijn mijn verzet, mijn getuigenis, mijn manier om te blijven bestaan.
“een stem uit de schaduw” Pesterijen en institutioneel falen – De sluipende vernietiging van vertrouwen

Wat begon als subtiele signalen van uitsluiting, groeide uit tot openlijke pesterijen. Niet door iedereen, maar door enkelen die hun macht misbruikten en hun frustraties op mij projecteerden. Leidinggevenden zagen het gebeuren, maar grepen niet in. Sommigen minimaliseerden het, anderen negeerden het volledig. De pesters mochten blijven, hun gedrag werd getolereerd. Ik werd overgeplaatst, alsof ik het probleem was. Alsof mijn aanwezigheid een last was.
Mijn inzet, mijn toewijding,
werd daarmee niet alleen genegeerd, maar actief ondermijnd. Uiteindelijk leidde het tot mijn ontslag. Een klap die nog steeds na-echoot. Niet alleen omdat ik mijn rol verloor, maar omdat het voelde alsof mijn menselijkheid werd ontkend. Alsof ik onzichtbaar was geworden.
Wat mij het diepst heeft geraakt, is niet alleen het persoonlijke leed dat ik heb moeten doorstaan, maar het feit dat dit leed mede mogelijk werd gemaakt—en soms zelfs versterkt—door instellingen die geacht worden mensen te beschermen. De pesterijen die ik heb meegemaakt, kwamen niet alleen van individuen, maar werden vaak gedoogd, genegeerd of zelfs gelegitimeerd door instanties die hun verantwoordelijkheid ontweken.
Het begon met subtiele signalen: een blik die te lang bleef hangen, een opmerking die net te persoonlijk was, een dossier dat “toevallig” zoek raakte. Maar na verloop van tijd werd het patroon duidelijk. Er was geen sprake van toeval. Er was sprake van structureel falen. Van mensen in machtsposities die elkaar de hand boven het hoofd hielden. Van systemen die eerder gericht waren op zelfbehoud dan op rechtvaardigheid.
Mijn vrijwilligerswerk, dat jarenlang mijn houvast was, werd plots een bron van vernedering. Niet door de taken zelf, maar door de manier waarop ik werd behandeld. Mijn inzet werd ondermijnd, mijn stem genegeerd, mijn aanwezigheid geminimaliseerd. En toen ik eindelijk de moed vond om mijn bezorgdheden te uiten, werd ik niet gehoord—ik werd verwijderd. Het ontslag kwam niet als een verrassing, maar als een bevestiging van wat ik al voelde: dat ik niet telde.
Wat nog schrijnender is,
is dat dit niet op zichzelf stond. Ook in mijn persoonlijke leven werd ik geconfronteerd met roddels, verdachtmakingen en emotionele manipulatie. En telkens wanneer ik hulp zocht bij officiële instanties, werd ik van het kastje naar de muur gestuurd. Niemand nam verantwoordelijkheid. Niemand keek verder dan het dossier. Niemand vroeg: “Wat is er écht aan de hand?”
Het institutionele falen is niet alleen een administratieve tekortkoming. Het is een moreel faillissement. Het is het verraad van vertrouwen. Het is het besef dat je als mens niet wordt gezien, maar als een lastige casus. En dat besef doet pijn. Dieper dan woorden kunnen uitdrukken.
Ik schrijf dit niet om te klagen, maar om te getuigen. Want ik weet dat ik niet de enige ben. Er zijn zovelen die in stilte lijden onder pesterijen op het werk, onder miskenning door hulpverleners, onder het gewicht van een systeem dat hen niet draagt maar verdrukt. En als mijn woorden iets kunnen betekenen—als ze herkenning kunnen bieden, troost, of zelfs een aanzet tot verandering—dan hebben ze hun doel bereikt.
Laat dit dan een oproep zijn.
Aan iedereen die werkt binnen een instelling: kijk verder dan het protocol. Luister met je hart. Zie de mens achter het dossier. Want soms is een klein gebaar van erkenning het verschil tussen hoop en wanhoop
Wat blijft er over? “een stem uit de schaduw”
Wat blijft er over wanneer je inspanningen worden genegeerd, je stem wordt gesmoord, en je aanwezigheid wordt gewist? Ik stel mezelf die vraag vaak. Het antwoord is niet eenvoudig. Soms voelt het alsof er niets meer is. Maar dan herinner ik me: ik heb mijn woorden. Mijn waarheid. Mijn vermogen om te schrijven.
Ik schrijf niet omdat ik denk dat woorden alles kunnen helen. Ik schrijf omdat ze me helpen om mijn kompas te behouden in een wereld die soms alle richting lijkt te verliezen. Ze zijn mijn anker, mijn getuigenis, mijn verzet tegen vergetelheid.
Een brug naar herkenning

Ik weet dat ik niet de enige ben die worstelt met verlies, miskenning en eenzaamheid. Velen dragen hun pijn in stilte. Daarom deel ik mijn verhaal: niet om medelijden op te wekken, maar om een brug te slaan naar herkenning. Misschien vind jij, lezer, iets van jezelf in mijn woorden. Misschien voel je je ook onbegrepen, of zoek je naar betekenis in een wereld die vaak hard en onverschillig lijkt.
Laat dit bericht dan een uitnodiging zijn. Een uitnodiging om te delen, te luisteren, te verbinden. Want zelfs in de donkerste momenten geloof ik dat er kracht schuilt in kwetsbaarheid. En dat we, door onze verhalen te vertellen, elkaar kunnen helpen om weer een beetje licht te vinden.
“een stem uit de schaduw” Slotwoord
Ik ben nu 73 jaar. Mijn leven begon niet met zorgeloosheid of spel, maar met arbeid en strijd. Al van jongs af aan werkte ik op de boerderij van mijn ouders—niet als een kind dat helpt, maar als een kind dat moest. De dagen waren lang, de taken zwaar, en de ruimte voor kind-zijn was er nauwelijks. Wat ik me vooral herinner, is de kou van mishandeling—zowel fysiek als psychisch. Die littekens draag ik nog steeds, niet op mijn huid, maar in mijn ziel.
Mijn jeugd was geen veilige haven. Het was een overlevingstocht. En toch heb ik geprobeerd om iets van mijn leven te maken. Ik heb gewerkt, gezorgd, gegeven. Ik heb liefgehad, gehoopt, gebouwd. Maar telkens wanneer ik dacht dat ik een stukje rust had gevonden, werd het me weer ontnomen—door mensen, door omstandigheden, door het leven zelf.
Nu, op een leeftijd waarop velen genieten van hun pensioen,
van kleinkinderen, van rust en waardigheid, leef ik in bittere eenzaamheid en armoede. Niet omdat ik niets heb gedaan, maar omdat alles wat ik gaf, nooit echt werd teruggegeven. Mijn dagen zijn stil. Mijn nachten nog stiller. En het enige wezen dat mij nog onvoorwaardelijk liefheeft, is mijn hond Jefke. Hij is mijn laatste metgezel, mijn laatste bron van troost, mijn laatste reden om ’s ochtends op te staan.
Maar ik weet dat ook hij niet eeuwig zal blijven. Hij is oud. En wanneer hij er niet meer is, zal het laatste stukje warmte uit mijn leven verdwijnen. Daarom heb ik, na lang en diep nadenken, besloten dat ik op dat moment euthanasie wil laten uitvoeren. Niet uit impuls, niet uit wanhoop, maar uit een helder besef dat mijn reis dan voltooid is. Ik heb gevochten, geleden, gegeven. En ik wil afscheid nemen zoals ik geleefd heb: in stilte, zonder opsmuk, zonder drama.
Mijn begrafenis is al geregeld.
De eenvoudigste kist die er is. Verbranding. Openstrooiing. Geen ceremonie, geen bloemen, geen woorden. Want ik wil vertrekken zoals ik geleefd heb: bescheiden, onopgemerkt, maar met waardigheid.
Dit is geen oproep tot medelijden. Dit is mijn waarheid. Mijn getuigenis. Mijn laatste hoofdstuk. En misschien, heel misschien, leest iemand dit en voelt zich minder alleen. Want als mijn woorden iets kunnen betekenen voor een ander, dan heeft mijn leven toch nog iets achtergelaten.
Groet, Theo
Toch ik ben dankbaar voor wat er nog is.
Het stelt me in staat om mijn hond Jefke te verzorgen—het enige wezen dat mij nog onvoorwaardelijk liefheeft. Hij is mijn metgezel, mijn troost, mijn laatste stukje warmte in een wereld die vaak kil aanvoelt.
Gelukkig heb ik nog mijn neef I en een paar goeie vrienden die me moreel steunen. Hun aanwezigheid betekent veel voor me. Ze luisteren, ze tonen begrip, en ze laten me voelen dat ik niet volledig vergeten ben. Maar ik weet ook dat zij, hoe goed hun intenties ook zijn, niet de mogelijkheden hebben om iets te doen aan al het onrecht dat mij is aangedaan. Ze staan machteloos tegenover de systemen die mij hebben laten vallen, net zoals ik dat zelf vaak heb gedaan. En dat besef maakt het des te zwaarder: dat zelfs de mensen die om je geven, niet altijd kunnen ingrijpen.
Wanneer Jefke er niet meer is, zal het laatste anker uit mijn leven wegvallen. Daarom heb ik, na lang en zorgvuldig nadenken, besloten dat ik op dat moment euthanasie wil laten uitvoeren. Niet uit impuls, niet uit wanhoop, maar uit een helder besef dat mijn reis dan voltooid is. Mijn begrafenis is al geregeld: de eenvoudigste kist, crematie, openstrooiing. Geen ceremonie, geen bloemen, geen woorden. Ik wil vertrekken zoals ik geleefd heb—bescheiden, onopgemerkt, maar met waardigheid.
Dit is geen oproep tot medelijden. Dit is mijn waarheid. Mijn getuigenis. Mijn laatste hoofdstuk. En misschien, heel misschien, leest iemand dit en voelt zich minder alleen. Want als mijn woorden iets kunnen betekenen voor een ander, dan heeft mijn leven toch nog iets achtergelaten.
✨ Woorden die blijven nazinderen
Soms kunnen de woorden van anderen precies verwoorden wat wij zelf voelen. Hieronder vier citaten die kracht en herkenning bieden aan wie zich in de schaduw bevindt, maar blijft spreken:
“Schrijven is een manier van leven, niet alleen een manier van uitdrukken.” — Anaïs Nin
“In het diepst van de winter ontdekte ik eindelijk dat er in mij een onoverwinnelijke zomer leefde.” — Albert Camus
“Onze grootste kracht ligt niet in nooit vallen, maar in telkens weer opstaan.” — Confucius
“Kwetsbaarheid is niet zwakte; het is onze meest nauwkeurige maatstaf voor moed.” — Brené Brown
🌱 Laat deze woorden een echo zijn van mijn eigen stem, —een stem die blijft klinken, zelfs in de stilte. Want zolang ik schrijft, besta ik. En wie leest, luistert.
Benieuwd naar het verhaal achter deze website? Klik dan snel op de link hieronder! En eenmaal daar aangekomen, kun je je meteen inschrijven voor de nieuwsbrief om nog meer spannende updates te ontvangen!
Of misschien wil je eerst een kijkje nemen bij onze inspirerende blogartikelen, vol met inzichten en verhalen die je aan het denken zullen zetten.
Of je nu op zoek bent naar tips, diepgaande analyses of gewoon wat leesplezier, we hebben voor ieder wat wils. Vergeet niet om ook onze sociale media-kanalen te volgen, waar we regelmatig interessante content delen en in gesprek gaan met onze community. We kijken ernaar uit om je daar te zien!
“Klik gerust op de link hieronder om naar de homepagina te gaan, maar we zouden het fantastisch vinden als u eerst een reactie wilt achterlaten in het formulier onder het auteursprofiel.”
Ontdek meer van Herbots-Theo Blogger & Filip Callens in Tienen (Belgium)
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.



Je hebt heel wat meegemaakt in je leven. Dit kan een mens niet zomaar verwerken, euthanasie is niet goed, God geeft leven en God haalt, niet wij mensen, richt je blik op God, zoek je kracht in Jezus, Hij zal je de kracht geven om doortegaan.
Dat bid ik je toe, kracht om voltehouden, want er zijn mensen die dit ook meemaken, zoek hen op en leer hen te vechten zoals jij doet, in Jezus naam amen
Groetjes Bea
Dag Bea,
Bedankt voor je reactie.
Hoewel het mijn problemen niet oplost, geven zulke woorden me wel meer kracht om mijn rugzak vol pijn, verdriet, ontgoocheling en eenzaamheid te blijven dragen en mijn strijd tegen onrecht voort te zetten.Jouw steun betekent veel voor me. Het is een troost te weten dat er mensen zijn zoals jij die begrijpen wat ik doormaak en me aanmoedigen om door te gaan. Samen kunnen we een verschil maken, en ik ben vastberaden om niet op te geven. Dank je wel voor je medeleven en vriendschap. Hopelijk kunnen we elkaar binnenkort weer spreken.
Met vriendelijke groet,😃
Theo
Dag Theo, laat je niet ontmoedigen door het onrecht. Geef de falende instanties en de pestkoppen geen genoegen. Blijf schrijven om je lezers te inspireren of te ontroeren met je bevlogen woorden. Groetjes, Filip
Hoi Filip,
Dankjewel voor je reactie! Het doet me goed te weten dat er mensen zijn die me steunen in mijn gevecht tegen onrecht. Jullie support geeft me de power om door te knokken!Ik waardeer echt hoe betrokken je bent en hoe je me helpt om hoop te houden. Het is niet altijd makkelijk, maar met jullie aan mijn zijde voel ik me sterker. Laten we samen blijven strijden voor een betere wereld, waarin gerechtigheid en gelijkheid centraal staan. Jouw steun betekent de wereld voor me, en ik kijk ernaar uit om onze krachten te bundelen en positieve verandering te bewerkstelligen. Bedankt dat je er bent!
Groetjes 😀
Theo
Blijf geloven in je zelf en schrijf wat jij zelf belangrijk vind, ook al is dat niet direct de menig van ander, want daar heb je vaak ook niets aan.
Dankjewel voor deze prachtige reactie! Het is als een superkracht die me de moed geeft om op dit pad door te stomen!Het doet me denken aan die momenten in het leven waarop alles samenvalt en je de energie voelt stromen. Het is alsof je een onzichtbare steun in de rug hebt, die je aanspoort om je dromen te volgen en je angsten te overwinnen. Laten we die magie koesteren en blijven groeien, met de wetenschap dat er altijd licht aan het einde van de tunnel is. Samen kunnen we de wereld een beetje mooier maken, stap voor stap.
Groetjes,😃
Theo